De afgelopen jaren hebben we bij Dronebotics talloze gesprekken gevoerd met organisaties die geïnteresseerd zijn in drone-in-a-box-technologie. Vaak begint zo’n traject met de vraag: “Waar kunnen we het beste een dronebox neerzetten?” Mijn antwoord is tegenwoordig steeds vaker: eigenlijk wil je er meteen twee plaatsen.

Dat klinkt misschien tegenstrijdig. Droneboxen worden immers vaak gepresenteerd als een manier om met minimale infrastructuur maximale dekking te realiseren. Toch leert de praktijk dat één dronebox in veel operationele scenario’s onvoldoende is om de continuïteit te bieden die gebruikers uiteindelijk verwachten.

De beperking van één drone

Een moderne dockdrone kan ongeveer veertig minuten vliegen. Dat lijkt veel, totdat je bedenkt waarvoor dergelijke systemen worden ingezet. Denk aan het observeren van een verdachte persoon op een bedrijventerrein, het monitoren van een brandincident, het opvolgen van een beveiligingsmelding of het ondersteunen van een inspectie.

In zulke situaties wil je niet dat een drone halverwege de inzet moet terugkeren naar het docking station omdat de accu leeg raakt. Juist op het moment dat de situatie interessant of kritiek wordt, verlies je dan je luchtbeeld.

Bij traditionele drone-operaties is dat meestal niet zo’n probleem. Een piloot landt, verwisselt een accu en stijgt direct opnieuw op. Maar bij volledig geautomatiseerde operaties, waarbij de piloot niet op locatie aanwezig is en de drone in het docking station opnieuw moet worden opgeladen, is zo’n onderbreking bijzonder onwenselijk.

Continuïteit vraagt om redundantie

Daarom hanteren wij steeds vaker het uitgangspunt: één is geen.

Met twee droneboxen ontstaat een heel ander operationeel model. Wanneer de eerste drone zijn maximale vliegtijd nadert, kan een tweede drone automatisch opstijgen en de missie overnemen. Voor de gebruiker blijft het luchtbeeld beschikbaar zonder onderbreking.

Sterker nog, in veel gevallen is zelfs enige overlap mogelijk. Terwijl de eerste drone terugkeert naar zijn docking station, kan de tweede drone het gebied al bereiken en de observatie voortzetten. Daardoor ontstaat niet alleen continuïteit, maar ook de mogelijkheid om tijdelijk vanuit meerdere perspectieven naar hetzelfde incident te kijken.

Dat kan bijzonder waardevol zijn bij beveiligingsoperaties, incidentmanagement en openbare veiligheid.

De software is er al klaar voor

De software om dergelijke setups aan te sturen is grotendeels al beschikbaar.

Binnen ons Dronebotics Commando Centrum (DCC) kunnen drones onderling missies overdragen. Wanneer een toestel zijn inzet moet beëindigen, kan een tweede drone automatisch de laatste bekende positie van een Point of Interest overnemen en de missie voortzetten. Voor operators verloopt dat proces grotendeels op de achtergrond.

De focus verschuift daarmee van het besturen van individuele drones naar het beheren van een operationeel netwerk van drones.

En precies daar ligt volgens mij de toekomst van Drone-in-a-Box-systemen.

Meer hardware, nauwelijks meer operationele kosten

Natuurlijk vraagt een tweede dronebox om een hogere initiële investering. Er moet immers extra hardware worden aangeschaft.

Tegelijkertijd zien we dat veel andere kosten nauwelijks toenemen. Vergunningstrajecten, operationele procedures, beheerprocessen en software-omgevingen moeten toch al worden ingericht. Of er vervolgens één of twee droneboxen binnen datzelfde systeem functioneren, maakt operationeel vaak veel minder verschil dan men op voorhand verwacht.

Juist daarom is het verstandig om vanaf het begin na te denken over schaalbaarheid en continuïteit.

Van losse drone naar netwerk

De drone-industrie bevindt zich op een vergelijkbaar punt als de telecomsector jaren geleden. Niemand verwacht vandaag de dag volledige dekking van één zendmast. We begrijpen allemaal dat een netwerk nodig is om betrouwbare dienstverlening te bieden.

Voor autonome drones geldt uiteindelijk hetzelfde principe. Een enkele dronebox kan een uitstekend startpunt zijn, maar zodra continuïteit, beschikbaarheid en operationele zekerheid belangrijk worden, kom je al snel uit bij meerdere docks die samenwerken.

Daarom geloof ik dat de vraag niet langer moet zijn waar je één dronebox neerzet. De interessantere vraag is hoe je een netwerk van droneboxen ontwerpt dat elkaar kan aanvullen en ondersteunen.

Vandaar mijn steling: één is geen.

Arjan van der Zouwen
Dronebotics B.V.